Omgevingsvergunning 2025–2026

Omgevingsvergunning 2025–2026: vrijstellingen in beweging, MER 2.0 en de (uitgestelde) modulaire procedure

 

Het vergunningsrecht is geen statisch handboek, maar een bewegend doelwit. Wie vandaag een project voorbereidt (woning, verkaveling, handelsruimte, industrie of infrastructuur), merkt dat de spelregels niet alleen inhoudelijk, maar ook procedureel verschuiven. Wat gisteren vergunningsvrij was, kan morgen meldingsplichtig zijn, en wat vroeger ‘achteraf’ in het dossier kon worden rechtgezet, moet nu vaker vooraf stevig onderbouwd worden.

 

1) Vrijstelling, melding of vergunning: de categorieën blijven, maar de grenzen verschuiven

In hoofdlijnen blijven er drie regimes bestaan: (i) vergunningsvrij (vrijstelling), (ii) meldingsplicht en (iii) vergunningsplicht. De uitdaging zit niet in de labels, maar in de afbakening: de Vlaamse overheid is het systeem van vrijstellingen en meldingen aan het herijken, om meer consistentie te brengen in wat beperkte impact heeft en wat niet.

Concreet zijn er al gerichte aanpassingen doorgevoerd via het wijzigingsbesluit van 7 juni 2024. Dat besluit heeft onder meer extra vrijstellingen mogelijk gemaakt (bv. isolatie tegen gevels en daken buiten erfgoedcontext), bepaalde ingrepen aan grachten versoepeld en het Vrijstellingenbesluit beter afgestemd op complexe (infrastructuur)projecten.

Daarnaast ligt er een nieuwe wijzigingsronde op tafel (vrijstellingen, meldingsplicht én de limitatieve lijst van mogelijke gemeentelijke vergunningsplichten). In een recente nota aan de Vlaamse Regering wordt onder meer gewezen op extra vrijstellingen die voor veel particulieren relevant zijn (bv. bepaalde gevelwijzigingen zonder volume-uitbreiding en binnenverbouwingen) en verduidelijkingen rond stekkerzonnepanelen. De Raad van State moet hierover nog advies geven. De inwerkingtreding wordt voor 2026 voorzien.

Voor projectplanning is dit cruciaal: een dossier dat u vandaag als ‘melding’ inschat, kan onder een nieuwe regeling anders kwalificeren. Dat werkt door in timing, bewijspositie en beroepsrisico. De beste mitigatie is vroeg kwalificeren en, waar er twijfel is, een robuuste ‘worst case’-route incalculeren.

 

2) MER 2.0 sinds 1 december 2025: de screening krijgt meer gewicht

Voor projecten met mogelijke aanzienlijke milieueffecten speelt de milieueffectrapportage (MER) vaak de kritische pad in de doorlooptijd. Sinds 1 december 2025 is de procedure gemoderniseerd. De headline: de ontheffing van de project-MER-plicht is afgeschaft. Bijlage II verdwijnt; er blijven (i) projecten die altijd een volwaardig project-MER vereisen en (ii) screeningsplichtige projecten waarbij via een MER-screening wordt beoordeeld of een project-MER nodig is.

Dat klinkt als vereenvoudiging, maar de praktische vertaalslag is dat de screening in veel dossiers zwaarder weegt. De overheid verwacht vanaf het begin een heldere, technisch onderbouwde motivering waarom een MER al dan niet vereist is. Een dunne screening is vandaag sneller een procedurele vertraging dan een formaliteit.

Aanmeldingen tot en met 30 november 2025 volgen de oude procedure, alles vanaf 1 december 2025 valt onder het nieuwe regime.

 

3) Gemeente of provincie als aanvrager: belangenconflict wordt procedureel afgevangen

Wanneer een gemeente of provincie zelf een omgevingsvergunning aanvraagt (bv. wegenis, riolering, eigen gebouwen), ontstaat het spanningsveld ‘aanvrager én beslisser’. Eind 2025 is daarom een wijzigingsdecreet bekrachtigd dat belangenconflicten wil vermijden via een duidelijke bevoegdheidsescalatie.

Gemeentelijke dossiers met een milieueffectrapport of project-MER-screening worden doorverwezen naar de deputatie. Provinciale dossiers gaan naar de Vlaamse Regering. De regels werken grotendeels vanaf 19 september 2025, met specifieke koppelingen aan de MER-modernisering vanaf 1 december 2025.

 

4) Modulaire vergunningsprocedure en ‘omgevingsbesluit’: juridisch kader bestaat, uitrol volgt later

Het decreet van 17 mei 2024 tekent de procedure op papier grondig heruit: weg van het strikte onderscheid ‘gewone’ versus ‘vereenvoudigde’ procedure, en richting een modulaire aanpak (procedurale bouwblokken afhankelijk van de aard en impact van het dossier).

Hetzelfde decreet introduceert ook het ‘omgevingsbesluit’: een instrument om bepaalde projecten (ruimtelijke impulsprojecten, werken van algemeen belang en werken inzake bedrijvigheid) versneld te realiseren door de vergunningsbeslissing te koppelen aan een planologische bijsturing voor het projectgebied.

Belangrijk voor de praktijk: de effectieve inwerkingtreding van deze nieuwe architectuur is afhankelijk van uitvoeringsbesluiten en de verdere ontwikkeling van het Omgevingsloket. Er is vandaag nog geen vaste startdatum. Tot zolang blijven dossiers die vóór die inwerkingtreding worden ingediend onder het ‘oude’ procedureregime behandeld.

 

 

Deze blogpost bevat algemene informatie en vormt geen individueel juridisch advies. Voor advies op maat of een beoordeling van uw dossier kan u contact opnemen met ons kantoor.