Defect na aankoop tweedehandswagen
De tweedehandsmarkt krijgt de komende periode een duidelijke extra instroom. Heel wat (ex-)leasewagens komen opnieuw op de markt, en steeds vaker gaat het om elektrische modellen. Dat is op papier interessant: jonge wagens, vaak met onderhoudshistoriek. Maar zodra er na aankoop een technisch probleem opduikt, verschuift de vraag van “goede deal?” naar “goede strategie?”.
1) De eerste 48 uur: doe het juiste, in de juiste volgorde
In dit type dossiers is de eerste reflex vaak begrijpelijk: ik heb de wagen nodig, dus ik laat hem meteen herstellen. Deze reflex kan uw bewijspositie verzwakken. Het is belangrijk dat u uw dossier niet onbedoeld saboteert. Als het defect een veiligheidsrisico inhoudt of bijkomende schade kan veroorzaken, stopt u beter met rijden. Leg vervolgens alles onmiddellijk vast: foto’s en video’s, foutmeldingen, dashboardlampjes, datum en omstandigheden. Meld het probleem daarna meteen schriftelijk aan de verkoper, zodat er geen discussie ontstaat over de timing of de inhoud van uw klacht. Laat geen ingrijpende herstelling uitvoeren zonder dat de verkoper de kans kreeg om de wagen te inspecteren of om minstens de diagnose te laten vaststellen.
Waarom dit zo belangrijk is? Omdat de verkoper bij een conflict bijna altijd dezelfde pistes bewandelt: het defect is pas later ontstaan, de koper heeft de wagen verkeerd gebruikt, of de verkoper kreeg nooit de kans om zelf een oplossing te bieden. Met correcte, tijdige communicatie en degelijk bewijs haalt u die kaarten vroeg van tafel.
2) Van wie kocht u? Professionele verkoper vs. particulier
Uw rechten hangen in grote mate af van één kernvraag: kocht u als consument bij een professionele verkoper (garage/handelaar), of kocht u van een particulier?
Bij een professionele verkoper speelt de wettelijke regeling rond conformiteit en garantie. Bij een tweedehandsgoed kan de garantietermijn worden beperkt, maar niet onder één jaar en alleen als dat vooraf duidelijk en correct werd meegedeeld; zo niet blijft de normale regeling gelden.
Koopt u van een particulier, dan vertrekt u doorgaans niet van die consumentenbescherming, maar van het regime van (verborgen) gebreken en van wat contractueel is afgesproken. Dat maakt bewijs en expertise in de praktijk vaak doorslaggevend.
3) Professionele verkoper: de kern van uw hefboom
Bij professionele verkoop is de basislogica dat de wagen conform moet zijn aan wat u redelijkerwijs mag verwachten. Wanneer er binnen de garantieperiode een gebrek aan conformiteit opduikt, ontstaat in veel gevallen een vermoeden dat het probleem al bestond bij levering, waardoor de verkoper in een betwistingsscenario het tegendeel moet aantonen. Uw aanspreekpunt blijft de verkoper: hij kan u niet zomaar definitief doorsturen naar de fabrikant of een merkgarantie om zijn eigen verantwoordelijkheid te neutraliseren.
Doorgaans is de eerste stap een kosteloze herstelling. Als herstelling niet mogelijk is, niet binnen een redelijke termijn gebeurt of telkens opnieuw faalt, komen prijsvermindering of ontbinding in beeld. Welke remedie haalbaar is, hangt af van de ernst van het defect, de herstelkansen en de kwaliteit van de communicatie en bewijsstukken.
Een praktische vuistregel: meld het probleem zo snel mogelijk en bij voorkeur schriftelijk. De wetgever hanteert als referentie dat een consument een gebrek binnen twee maanden na vaststelling meldt. Wie sneller handelt, vermijdt discussies over laattijdigheid.
4) Particuliere verkoop: bewijs is uw valuta
Koopt u van een particulier, dan wordt het juridisch kader doorgaans strenger. De discussie focust dan op de vraag of er sprake is van een verborgen gebrek dat de wagen ongeschikt maakt voor normaal gebruik (of dat gebruik aanzienlijk vermindert), en dat u bij aankoop niet kende en redelijkerwijs niet kon kennen. In zulke dossiers is een deskundige vaak onvermijdelijk. Wie eerst repareert en pas daarna betwist, zet zichzelf meestal op achterstand. Bij een ernstig defect is het daarom verstandiger om eerst het bewijs correct te organiseren en pas daarna het technisch traject verder te zetten.
5) Car-Pass: ontbreekt die, dan heeft u een aparte (sterke) piste
Los van garantie bestaat er nog een belangrijke wettelijke verplichting: bij verkoop van een tweedehandswagen aan een particuliere koper moet in principe een geldige Car-Pass worden overhandigd. Die Car-Pass mag bovendien in de praktijk niet ouder zijn dan twee maanden. Kreeg u geen Car-Pass, dan opent dat een aparte piste: u kan de ontbinding van de koopovereenkomst vorderen. In dat scenario wordt de koop als onbestaand beschouwd en moet de verkoper de aankoopprijs terugbetalen. Dit is een hefboom die vaak onderschat wordt, maar in de juiste dossiers bijzonder efficiënt is.
6) Elektrische wagens en ex-lease: batterij en data bepalen het debat
Bij elektrische wagens verschuift de discussie vaak naar actieradius, laadproblemen, software-updates of een batterij die sneller degradeert dan verwacht. De batterij is het duurste onderdeel, waardoor ‘batterijgezondheid’ in de praktijk de nieuwe kilometerstand wordt. Tegen die achtergrond is het relevant dat de Car-Pass vanaf 2026 ook de ‘State of Health’ (SoH) van de batterij zal vermelden voor elektrische wagens (en in de berichtgeving ook voor plug-ins). Dat verhoogt de transparantie, maar vandaag is dat nog niet overal een standaard onderdeel van het aankoopproces.
Wie vandaag met een EV-defect geconfronteerd wordt, doet er goed aan niet enkel op gevoel te werken, maar objectief te laten diagnosticeren: een rapport van batterijconditie, logbestanden of een merkspecifieke diagnose kunnen het verschil maken in een discussie over conformiteit. Bij ex-leasewagens is er vaak een onderhoudshistoriek, maar ook vaker intensief gebruik (waaronder snelladen). Dat kan relevant worden zodra men discussieert over oorzaak en normale slijtage.
Deze blogpost bevat algemene informatie en vormt geen individueel juridisch advies. Voor advies op maat of een beoordeling van uw dossier kan u contact opnemen met ons kantoor.